Home › Begrippen
Begrippenlijst
De cryptowereld praat in afkortingen en leenwoorden. Hier staan ze op alfabet, met uitleg in één of twee zinnen. Typ hieronder om te filteren.
Geen begrip gevonden. Probeer een ander woord.
51%-aanval
Situatie waarin één partij meer dan de helft van de rekenkracht (of ingelegde munten) beheerst en daarmee recente transacties kan terugdraaien. Munten stelen of bijmaken kan er niet mee.
Adres
De reeks tekens waarnaar je crypto verstuurt, afgeleid van een publieke sleutel. Vergelijkbaar met een rekeningnummer, maar je kunt er gratis onbeperkt veel aanmaken.
Airdrop
Gratis uitdelen van tokens aan gebruikers, meestal als marketing of beloning voor eerder gebruik. Ook een populair lokmiddel bij oplichting.
Altcoin
Verzamelnaam voor elke cryptomunt die geen bitcoin is.
ATH (all-time high)
De hoogste koers die een munt ooit heeft bereikt.
Bear market / bull market
Een langdurig dalende (bear) respectievelijk stijgende (bull) markt.
Blok
Een pakketje transacties dat aan de blockchain wordt toegevoegd, inclusief de vingerafdruk van het vorige blok.
Blockchain
Een ketting van blokken die samen de volledige transactiegeschiedenis vormen, gelijktijdig bijgehouden door duizenden computers.
Bridge
Dienst om tokens van de ene blockchain naar de andere te verplaatsen. Bridges zijn historisch een geliefd doelwit van hackers.
Cold storage
Bewaren van sleutels op een apparaat zonder internetverbinding, bijvoorbeeld een hardware wallet.
Custodial
Een derde partij beheert jouw sleutels — zoals bij een exchange. Het tegenovergestelde is self-custody.
DAO
Decentralized Autonomous Organization: een organisatie waarin besluiten via stemmingen met tokens in smart contracts worden vastgelegd.
DCA (dollar cost averaging)
Periodiek een vast bedrag inleggen in plaats van in één keer, om het timingrisico te spreiden. Het verlaagt de gevolgen van slecht timen, maar neemt het risico van de belegging zelf niet weg.
DeFi
Decentralized finance: handelen, lenen en uitlenen via smart contracts in plaats van via een bank of broker.
DEX / CEX
Een decentrale beurs (DEX) draait op smart contracts en houdt je munten niet vast; een centrale beurs (CEX) is een bedrijf dat dat wel doet.
DYOR
"Do your own research" — vaak als disclaimer gebruikt door mensen die je juist iets proberen aan te smeren.
Fee
De transactiekosten die je aan het netwerk betaalt. Hoe drukker het netwerk, hoe hoger het bedrag dat nodig is om snel bevestigd te worden.
Fiat
Gewoon overheidsgeld, zoals de euro of dollar.
FOMO / FUD
Fear of missing out (kopen uit angst de boot te missen) en fear, uncertainty and doubt (negatief nieuws, echt of gezaaid). Beide worden gebruikt om je te laten handelen op emotie.
Fork
Een wijziging van de netwerkregels. Bij een hard fork kan de keten in tweeën splitsen en ontstaan er twee munten.
Gas
De rekeneenheid voor de kosten van een transactie of smart contract op Ethereum.
Halving
De vierjaarlijkse halvering van de blokbeloning bij bitcoin, waardoor de uitgifte van nieuwe munten steeds verder afneemt.
Hardware wallet
Een apart apparaatje dat je privésleutels bewaart en transacties ondertekent zonder dat de sleutel het apparaat verlaat.
Hash
De digitale vingerafdruk van data. Dezelfde invoer geeft altijd dezelfde hash; één teken verschil geeft een totaal andere.
Hodl
Vasthouden en niet verkopen. Ontstaan uit een tikfout op een forum in 2013.
KYC / AML
Know your customer en anti-money laundering: de wettelijk verplichte identiteitscontrole bij gereguleerde aanbieders.
Layer 1 / Layer 2
Layer 1 is de blockchain zelf (bitcoin, Ethereum); layer 2 is een netwerk erbovenop dat transacties sneller en goedkoper maakt.
Lightning Network
Layer 2 voor bitcoin, bedoeld voor snelle en goedkope kleine betalingen via betaalkanalen tussen gebruikers.
Liquiditeit
Hoe makkelijk je kunt kopen of verkopen zonder de koers te verstoren. Bij kleine munten is dit vaak het echte risico: je komt er niet uit.
Mempool
De wachtrij van transacties die het netwerk wel kent, maar die nog niet in een blok staan.
MiCA
Markets in Crypto-Assets: de Europese verordening die cryptodienstverleners vergunningplichtig maakt en eisen stelt aan onder meer stablecoins.
Mining
Het rekenwerk waarmee nieuwe blokken worden gemaakt bij proof of work, beloond met nieuwe munten en transactiekosten.
Multisig
Een opzet waarbij meerdere sleutels nodig zijn om te kunnen uitgeven, bijvoorbeeld twee van de drie.
NFT
Non-fungible token: een uniek token dat eigendom of toegang vertegenwoordigt, in tegenstelling tot onderling uitwisselbare munten.
Node
Een computer die de volledige blockchain bijhoudt en zelf controleert of elk blok en elke transactie de regels volgt.
Nonce
Het getal dat miners steeds veranderen tot de hash van hun blok onder de vereiste drempel uitkomt.
On-chain / off-chain
On-chain gebeurt op de blockchain zelf en is publiek controleerbaar; off-chain gebeurt daarbuiten, bijvoorbeeld in de administratie van een exchange.
Privésleutel
Het geheim waarmee je transacties ondertekent. Wie hem heeft, kan over je munten beschikken.
Proof of stake
Consensusmethode waarbij validators munten als onderpand vastzetten; vals spel kost ze een deel daarvan.
Proof of work
Consensusmethode waarbij deelnemers rekenkracht en energie inzetten om blokken te mogen toevoegen.
Publieke sleutel
Afgeleid van de privésleutel; hiermee kan iedereen controleren dat een handtekening klopt, zonder het geheim te kennen.
Pump and dump
Een groep drijft de koers van een kleine munt op met hype en verkoopt vervolgens massaal aan wie later instapt.
Rug pull
De makers van een project halen de liquiditeit weg of verkopen alles in één keer, waardoor de munt vrijwel waardeloos wordt.
Satoshi (sat)
De kleinste eenheid van bitcoin: 0,00000001 BTC. Vernoemd naar de bedenker.
Seed phrase
De 12 of 24 woorden waaruit al je sleutels worden afgeleid. Dit is je back-up en tegelijk het gevaarlijkste dat je bezit — deel hem met niemand.
Self-custody
Je sleutels zelf beheren, zonder tussenpartij. Volledige controle, volledige verantwoordelijkheid.
Slashing
De straf bij proof of stake waarbij een validator die de regels overtreedt een deel van zijn onderpand verliest.
Smart contract
Programmacode op een blockchain die automatisch uitvoert wat erin is vastgelegd, zonder tussenpersoon.
Spread
Het verschil tussen de koop- en verkoopkoers bij een aanbieder. Vaak de grootste, en minst zichtbare, kostenpost.
Stablecoin
Token dat de waarde van een gewone munt volgt, meestal de dollar. De dekking bepaalt hoe betrouwbaar dat is.
Staking
Munten vastzetten om een netwerk met proof of stake te helpen beveiligen, in ruil voor een beloning. Je munten zijn dan tijdelijk niet vrij beschikbaar.
Token
Een munt die geen eigen blockchain heeft maar op een bestaande draait, zoals de meeste tokens op Ethereum.
TXID
Het unieke nummer van een transactie, waarmee je hem in een blockchain-verkenner kunt opzoeken.
Validator
De tegenhanger van een miner bij proof of stake: een deelnemer die blokken voorstelt en controleert met eigen munten als onderpand.
Volatiliteit
De mate waarin een koers beweegt. Bij crypto structureel veel hoger dan bij aandelen.
Wallet
Software of hardware die je sleutels beheert en transacties ondertekent. De munten zelf zitten in de blockchain, niet in de wallet.
Whitepaper
Het document waarin een project zijn techniek en doel beschrijft. Voor bitcoin: negen pagina's uit 2008 van Satoshi Nakamoto.